Fontein van de Graaf
Het dorpje La Fuente del Conde, gelegen in het zuiden van de gemeente Iznájar, aan de voet van het gebergte Sierra de Campoagro, staat in de volksmond ook bekend als „La Alcubilla”.
De naam is afgeleid van de graaf van La Revilla, die in het dorp woonde en eigenaar was van een fontein met vier overvloedige waterkranen, evenals van het grootste deel van de zuidelijke gronden van Iznájar.
Boven het dorp bevindt zich een prachtig uitkijkpunt, de „Cruz de Magán”, met een klein kapelletje waarvan de oorsprong verband houdt met een oud Iberisch heiligdom dat zich op dezelfde plek bevond.
Verspreid over de heuvel zijn talrijke grotten te vinden die tijdens het Neolithicum en in latere tijdperken bewoond waren. Er zijn ook aanwijzingen voor nederzettingen van Argariërs, Iberiërs en Romeinen; in de omgeving zijn talrijke archeologische overblijfselen gevonden die dit bevestigen, zoals falcata’s, pijlpunten, speren, regatones en fragmenten van Iberisch aardewerk.
Interessante architectonische elementen in Fuente del Conde zijn de kerk, een modern bouwwerk waarvan de bouw rond 1985 begon en in mei 1994 werd voltooid, en de wasplaatsen en openbare fonteinen, zoals de „Fuente de Magán”, de „Fuente de la Alamea” of de „Fuente de la Alcubilla”. Opvallend zijn ook enkele steeneiken die vanwege hun omvang, vorm en leeftijd worden beschouwd als bijzondere bomen van de gemeente.
De dorpsfeesten ter ere van het Heilige Kruis worden gevierd van 1 tot en met 3 mei, met een typische en eeuwenoude bedevaart.