Plaza Nueva
Dit plein was het toneel van de eerste sociale bewegingen in de provincie Córdoba. Op 28 juni 1861 eisten zeshonderd dagloners, onder leiding van Rafael Pérez del Álamo, sociale en economische verbeteringen en de verdeling van land, onder het geroep van "Leve de Republiek en dood aan de koningin!"
De dag in het dorp verliep tussen gejuich en voorbereidingen om de revolutie uit te breiden; ze werden uitgerust met hun wapens en in hun zadeltas een beetje brood en kaas, waaraan de opstand zijn naam ontleende: „De oorlog van het brood en de kaas“
Toen deze opstand voorbij was, waren de gevolgen voor dit dorp zwaar, heel zwaar, want velen – om niet te zeggen honderden – werden gearresteerd; mogelijk waren er wel bijna duizend opstandelingen.
Deze opstand duurde amper een week, maar had een enorme weerklank, aangezien koningin Isabella II Andalusië bezocht en in 1862 een amnestie afkondigde voor alle gevangenen van deze opstand, waardoor de strijders voor hun vrijheid en werk konden terugkeren naar hun families